Een kaartenhuis: risicomanagement (ook tijdens een crisis)

De afgelopen weken heb ik mij verdiept in Douglas W. Hubbard’s The Failure of Risk Management: Why It’s Broken and How to Fix It (New York 2009). Dat thema is erg interessant, vooral in het licht van de economische crisis die we op dit moment doormaken en de uitwassen die die crisis hebben bespoedigd. Ik heb daar hier al verschillende posts aan gewijd, zols hier, hier, hier en hier. Deze maand verscheen in Nederland tevens een onderzoeksrapport over risicomanagement, dat de conclusies van Hubbard, waarover later meer, in mildere taal bevestigt. Over het onderzoeksrapport zelf heb ik ook een nieuwsbericht geplaatst op vbds.nl. Dat dat onderzoek door een aantal zwaargewichten uit het wetenschappelijke accountancy-, controlling- en governance-domein is uitgevoerd, geeft te denken. Zeker wanneer we dat in combinatie zien met het bovengenoemde boek van Hubbard. Al in het voorwoord van het rapport (blz. 3) laten de onderzoekers hun conclusies de vrije loop: ‘Over de slotconclusies zijn we het wel eens. Risicomanagement staat nog in de kinderschoenen en de vooruitgang die in de afgelopen vijf jaar op dit terrein is geboekt is bepaald mager te noemen. Risicomanagement heeft onvoldoende geholpen de gevolgen van de crisis te beperken. De suggestie dat de wereld veiliger was geworden dankzij de verworvenheden van risicomanagement – zoals sommigen in de financiële sector ons hebben willen doen geloven – is volkomen misplaatst. Om te stellen dat de crisis mede is veroorzaakt door de toepassing van risicomanagement is echter weer te stellig. Wel is het zaak verder na te denken over wat risicomanagement wel en wat het vooral niet kan’. Douglas Hubbard is wat minder mild in zijn beoordeling van risicomanagement.

Lees “Een kaartenhuis: risicomanagement (ook tijdens een crisis)” verder

De economische waarde van integriteit

Mijn vorige post over de falende bestuurlijke elite wees op het verlies aan integriteit, waarmee deze elite een belangrijke rol speelde in het ontstaan van de huidige crisis. Het verlies aan vertrouwen in de maatschappij in die bestuurlijke elite is een gevolg van dat verlies aan integriteit. Integriteitsverlies kan grote economische consequenties hebben. Want, zoals Anna Bernasek stelt in haar in januari van dit jaar verschenen boek The economics of Integrity, integriteit is van zeer grote economische waarde.

Als we, zo zegt ze,ignore the important ways that people cooperate to create wealth, we miss the most valuable source of wealth creation imaginable. Recognizing the true value of relationships, we can build stronger relationships and create and share greater wealth. It’s a powerful way to reinvigorate the economy’ (blz. 2). Haar boek is ‘a tool kit for creating integrity anywhere in the economy. When policy makers are thinking about changing health care, reforming the tax system, or improving the financial system, they can use these tools to systematically build value. I encourage readers to see that integrity unlocks enormous opportunities for wealth creation that we may not yet imagine’ (blz. 3). Om die stelling te onderschrijven is het wel nodig om de persoonlijke, morele benadering van integriteit achter ons te laten, of beter: op te doen gaan in een meer collectieve vorm van integriteit, een, wat ze noemt, ‘strategic view of integrity’ (blz. 12). Juist deze collectieve integriteit is ‘good economics’. Lees “De economische waarde van integriteit” verder

”t guet tot Bussel met alle toebehoorten’

Zaterdagmiddag 20 maart vond in het gemeenschapshuis van Asten een familiereünie plaats van de familie (of misschien beter: het geslacht) Van Bussel. De aanleiding: de verschijning van het kloeke boekwerk: Genealogie Van Bussel, 1531-2010 (Asten 2010). Een gezellige bijeenkomst, die ieder weer eens wees op het feit dat de Van Bussels het ‘gaat heen en vermenigvuldigt U’ goed hebben begrepen en tot in de finesses hebben uitgevoerd. Een drukke bedoening zodoende !

Indrukwekkend boek, 511 pagina’s, A4, genaaid gebonden, voorzien van vele familiefoto’s en een beschrijving van 15 generaties Van Bussels. Het boek is samengesteld door Piet Aarts uit Asten-Heusden. Ik ben altijd erg onder de indruk van het genealogische speurwerk, dat moet worden verricht om familiestambomen in kaart te brengen. De Van Bussels zijn toch al rijk bedeeld, want in 1993 verscheen al het Chronologisch geboortenregister op het geslacht Van Bussel in de Nederlanden (Heerewaarden 1993), samengesteld door G.J.M.V. Van Bussel en P.C. Van Koningsbrugge. Dat werk kende een bredere benadering, omdat het probeerde alle takken van het geslacht Van Bussel in Nederland in kaart te brengen. De Genealogie Van Bussel is beperkter: het beperkt zich tot de families, die als stamvader Willem van den Eynde kunnen aanwijzen, wiens kleinzoon Daniël in 1531 ‘een hoef … gheheiten Bussel’ kocht. De stamboom beperkt zich dus tot de Astense familietakken. En zo te zien is dat gedegen gebeurt, al zal er zo hier en daar in de details het een en ander wel niet in orde zijn. Tenminste: het geroezemoes horende afgelopen zaterdagmiddag is er zo hier en daar het een en ander ingeslopen, dat niet door iedereen als juist werd herkend.

Lees “”t guet tot Bussel met alle toebehoorten’” verder

Een luguber en sinister verhaal ….

Sinds mijn promotie heb ik eindelijk weer eens tijd om wat anders te lezen dan proefschrift-gerela­teerde literatuur. Mijn vorige post over het boek van Sytze van der Zee stimuleerde mij ertoe een boek te herlezen dat nauw verbonden is met Van der Zee’s thema. Van der Zee verwijst in zijn no­tenapparaat voortdurend naar gevangen genomen en getransporteerde Joden, die uiteindelijk om­komen in de kampen van de Endlõsung.

Er is veel over die kampen geschreven, maar de benadering van Henry Friedlander is mij altijd bij­gebleven. Friedlander is een in 1930 geboren Berlijnse Jood, die de oorlog overleefde en in 1947 naar de Vere­nigde Staten emigreerde. Hij ontwikkelde zich tot een van de voornaamste historici van de Holo­caust als hoogleraar Joodse Studies aan de City University of New York. In 1995 publi­ceerde hij zijn meest bekende werk The origins of Nazi genocide. From Euthanasia to the final solution (Chapel Hill 1995). Ik heb dat boek zelf in een Duitse editie uit 1997 in de kast staan: Der Weg zum NS Geno­zid. Von der Euthanasie zur Endlösung (Berlijn 1997).

Lees “Een luguber en sinister verhaal ….” verder

Een beklemmende, maar ware geschiedenis….

De journalist Sytze van der Zee, die in 1997 zijn openhartige autobiografische verhaal over zijn verleden als NSB-kind vastlegde in Potgieterlaan 7, heeft in zijn nieuwe boek Vogelvrij. De jacht op de Joodse onderduikers (De Bezige Bij 2010) gedetailleerd en beklemmend verhaald over de vervolging van de Joodse bevolkingsgroep in de Tweede Wereldoorlog. Een vervolging die vooral vorm gegeven werd door Nederlandse overheidsdienaren (vooral politiefunctionarissen), maar ook door geloofsgenoten, die soms wel, soms niet onder (zware) druk gezet werden om de bezetter tot dienst te zijn.

Het boek heeft een fikse omvang (538 pagina’s, inclusief noten), een zwakke structuur, een wat groter lettertype en een vlotte en goed leesbare stijl, die tot voortdurend verder lezen uitnodigt. Het onderwerp is dermate boeiend dat ik het boek in twee dagen uitlas en vervolgens in literatuur als Presser en De Jong ging grasduinen om te zien in hoeverre het beeld door Van der Zee wordt bijgesteld. En zoals Van der Zee zelf al constateerde: het deel van het ‘Joodse verraad’ is slechts zeer beperkt beschreven en een echt beeld bestond er niet van. Van der Zee beschrijft dus een lacune; en een opzienbarende lacune. Relativering past: percentueel gesproken is het ‘Joodse verraad’ beperkt, maar het was er wel en in een omvangrijkere vorm dan voorheen toegegeven. Alleen daarom al is dit boek verplichte kost. Lees “Een beklemmende, maar ware geschiedenis….” verder

De vinger op de zere plek…

Ik las de afgelopen week het boek Black Hearts. One Platoon’s descent into madness in Iraq’s Triangle of Death van Jim Frederick. Dit boek, dat deze maand uitkwam, legt enkele vingers op een belangrijke zere plek. Frederick wijst op de psychiatrische problemen van vele militairen, die betrokken zijn geweest in militaire acties. Frederick onderzoekt daarin een peleton, ingezet in Irak, en hij wijst daarbij vooral op ‘the lack of accountability for the failure to properly handle a murderous, dysfunctional soldier’.

In een artikel in Time, van 22 februari 2010, gaat hij nogmaals nader in op de achterliggende problemen, die heel veel te maken hebben met het negeren van de verantwoordelijkheid, die het militaire gezag heeft, in ‘preventing a troubled soldier from becoming an unlawful killer’. Frederick citeert de Amerikaanse minister van Defensie Robert Gates, waarin deze het belang van ‘accountability’ benadrukt. ‘One of the core functions of leadership is assessing the performance and fitness of people honestly and openly. Failure to do so … may lead to damaging, if not devastating, consequences’. Juist dat, zegt Frederick, betekent een gigantische verandering in het leger. Lees “De vinger op de zere plek…” verder

Op zoek naar de herinnering

In december 2009 promoveerde ik aan de Universiteit van Amsterdam op een proefschrift over verantwoordingssystemen, content-intensieve organisaties en performance. De studie richt zich op de verantwoordingsfunctie in content-intensieve organisaties en de rol die content daarin vervult.

Samen met Ferdinand Ector onderzocht ik hoe de performance van bedrijfsprocessen binnen content-intensieve organisaties kan worden verbeterd door het optimaliseren van wat we wel de ‘content value chain’ noemen: de processen die de kwaliteit van content waarborgen: creëren, ontvangen, vastleggen, opslaan, bewerken, distribueren, ordenen, publiceren, gebruiken, waarderen, selecteren, vernietigen, bewaren, beveiligen, toetsen en behouden. Lees “Op zoek naar de herinnering” verder