De vierde macht

Volgens een onderzoek van re.public.nl vinden ambtenaren het ‘dramatisch’ als de PVV zou gaan regeren. Meer dan de helft van hen wil niet voor een PVV-bewindspersoon werken. Er zijn, zo vinden ze, grenzen aan de loyaliteit van een ambtenaar. Twintig procent staat neutraal tegenover een dergelijke bewindspersoon. En over de bestuurlijke kwaliteiten van de PVV zijn de respondenten kritisch: vijfentachtig procent schat die in als ‘slecht’ of ‘matig’. Het lijkt er op dat er vooral rijksambtenaren aan de tand gevoeld zijn, maar ik vermoed dat hetzelfde van gemeenteambtenaren gezegd mag worden.

Motivatie voor deze stellingname is dat ze zich ideëel niet kunnen verenigen met het gedachtengoed van Wilders. Rinus van Schendelen, hoogleraar Politicologie aan de Erasmus Universiteit Rotterdam, vindt dit ‘fout’: ‘Er is geen enkele juridische grond waarop een ambtenaar kan weigeren voor een PVV’er te werken. Die houding past ook niet bij deze tijd. Ambtenaren moeten respect tonen voor de kiezer’. Dat is natuurlijk helemaal correct, maar de ambtenaren zeggen ook niet dat ze zich zullen verzetten, maar dat ze naar een andere baan zullen gaan omzien en dus ontslag nemen. Of dat ook werkelijk gebeurt als het zover is, is nog maar de vraag. Het is nog lang niet zeker dat er PVV-bewindspersonen komen en als het zover is zal een groot gedeelte van de nu weigerachtige ambtenaren zich gewoon bij de feiten neerleggen. Als het echt aan de orde komt, veranderen meningen heel erg snel. Zeggen ontslag te nemen en dat werkelijk doen zijn twee verschillende dingen.

De hele discussie deed me weer denken aan de oratie van Mark Bovens, al weer tien jaar geleden: De vierde macht revisited. In deze oratie verhaalde Bovens van veel bestuurskundig onderzoek naar de vierde macht, naar de bureaucratische ambtenarij, waarin voortdurend werd aangetoond dat ambtenaren, zowel op rijks- als op lokaal niveau, een belangrijke stempel op de besluitvorming drukken. Vele beslissingen worden in meer of mindere mate door ambtenaren, niet door bestuurders, bewindslieden of parlementariërs genomen. Ambtenaren zijn veel invloedrijker dan de bestuurlijke en politieke bazen. Dat is grotendeels te danken aan het feit dat bestuurders vaak genoegen nemen met het initiëren van ‘nieuw’ beleid en de formulering, definiëring en uitvoering aan ambtenaren overlaten. Ambtenaren beïnvloeden de politieke besluitvorming door het labelen van issues, door het produceren van teksten, het creëren van vergadermomenten en commissies en het organiseren van politieke steun. Volgens Bovens hoeft die invloed van de vierde macht niet echt problematisch te zijn, want het is geen gesloten groep die zich tegenover de andere machten opstelt. Het is volgens hem geen hindermacht, die het proces van democratische besluitvorming bewust ondermijnt.

Juist die positie van de vierde macht is er aanleiding toe de resultaten van de uitgevoerde enquête over de houding ten opzichte van de PVV te relativeren. Ambtenaren weten als geen ander welke macht ze uitoefenen en welke mogelijkheden er zijn om beleid vorm te geven. Bewindspersonen en parlementariërs hebben de laatste decennia immers steeds meer overgelaten aan de ambtenaren. Voor het weggaan van ambtenaren hoeft de PVV waarschijnlijk niet zo bang te zijn. Ambtenaren die blijven en vervolgens een effectieve hindermacht vormen, zijn veel bedreigender.

Als de PVV het pluche bereikt, heeft ze bij verkiezingen een slag geslagen, die (hoe ongewenst ook) de partij een politiek en democratisch mandaat geeft. Een ambtelijke hindermacht kan de effecten van PVV-beleid verzachten. Dat is dan echter wel een vierde macht, die op dat moment een bedreiging wordt voor de democratie. Of we dat met zijn allen willen is ook nog maar eens een vraag….

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.