Menselijk

Archivarissen en bibliothecarissen zijn vol van digitale duurzaamheid. Ze hebben het over een ‘Digital Dark Age’ en over de technologie die dat veroorzaakt en moet oplossen. De aandacht voor het voortbestaan van informatie is terecht, zeker voor wat betreft het dynamische Internet. Het web is immers voor het ‘nu’. Een gemiddelde webpagina verdwijnt volgens schattingen na 100 dagen.

Juist dat dynamische karakter van het web schept uitdagingen. Websites en –pagina’s kunnen onzichtbaar worden zonder dat ze door bijvoorbeeld de Wayback Machine zijn vastgelegd.
Lees “Menselijk” verder

Compliance-fabriek

Afgelopen weken las ik Ger Biesta’s boek Het prachtige risico van onderwijs en Alderik Vissers artikel Marktfilosofie en onderwijsutopie. Beide onderwijsfilosofen maken ‘gehakt’ van de huidige onderwijspolitiek. Marktdenken leidde tot schaalvergroting, autonomie, outputfinanciering, prestatiebeurzen en -rankings. Marktdenken, bestuurlijke vrijheid en publieke verantwoording onderwierpen het onderwijs aan de ‘tucht’ van de markt, ‘maakbaar’ en ‘meetbaar’….
 
Lees “Compliance-fabriek” verder

Informatiegedreven

In januari voerde de Technische Universiteit Twente een onderzoek uit naar de wijze waarop de Amsterdamse burgers het liefst zouden communiceren met hun gemeente. Uit dat onderzoek bleek dat (ook de Internet-vaardige) burgers gebruik wensen te maken van kanalen waar persoonlijk contact domineert. De balie wordt het meest genoemd als communicatiekanaal (36%), gevolgd door de website (28%) en de telefoon (26%). Mobiele communicatiekanalen worden vrijwel niet gebruikt. De onderzoekers constateren dat er geen enkele aanleiding is om aan te nemen dat burgers de komende jaren massaal op het digitale communicatiekanaal zullen overstappen.

De overheid wil graag digitale dienstverlening: het verbetert de relatie met de burgers en de efficiëntie voor beide partij­en verbetert aanzienlijk. Tenminste: dat denkt ‘men’. Digitale Overheid 2017 is geba­seerd op deze verwachting. Het Amsterdamse onderzoek is dan ook geen goed nieuws voor de ambiti­euze bedenksels van de instigator van dit mega-project, onze minister van Binnenlandse Zaken Ronald Plasterk.
 
Lees “Informatiegedreven” verder

Geletterd?

Eric Schmidt stelde in 2010 dat op dat moment iedere twee dagen evenveel informatie gegenereerd werd als in alle jaren tot 2003 toe. Dat zou kunnen, al kan niemand het precies berekenen. Het is echter zeker dat de grote hoeveelheden informatie maat­schappelijk succes en falen grotendeels afhankelijk maken van de informatievaardigheden die iemand heeft.

‘Information literacy’, de academische term om infor­matievaardigheden aan te duiden, is al meer dan drie decennia een populair onderzoeksthema. Google’s zoekmachine geeft 537.000 hits over het afgelopen jaar en 2.610.000 resultaten zonder tijdslimiet. Tientallen boeken en artikelen zijn er over geschreven, al gaan die meer over ‘technological literacy’ en over de ‘digitale vaardigheden’ van ‘digital natives’, ‘net savvy’s’ of ‘homo-zappiens’.

Lees “Geletterd?” verder

Big Data Bla Bla

In 2008 schreef Chris Anderson, een redacteur bij Wired, dat de zondvloed aan data (later Big Data genoemd) en nieuwe analysetools de wetenschappelijke methode onnodig maakten en een nieuwe manier waren om de wereld te begrijpen. ‘Correlation supersedes causation, and science can advance even without coherent models, unified theories, or really any mechanistic explanation at all’.

Big Data blabla-ers (ook evangelisten genoemd) hebben deze idee met vele anekdotes ondersteund en verkondigd. Volgens hen breekt er een nieuwe tijd aan: de dataficatie van onze maatschappij maakt alles meetbaar en doet alle bestaande problemen verdwijnen. Gemakshalve wordt er aan voorbij gegaan dat (zoals onderzoeksbedrijf Gartner stelt) 55% van alle Big Data projecten mislukt, vooral omdat ze niet de optimistische resultaten leveren die vooraf zijn ingecalculeerd. Zélfs het paradepaardje van de Big Data evangelisten niet: het in 2008 gestarte Google Flu Trends (GFT). Het geprofeteerde succes bleek rafelrandjes te kennen. In 2014 werd in Science aangetoond dat de resultaten (nog steeds) niet overeenkwamen met de ‘echte’ feiten. Het voorspellen van grieptrends lukte vele malen beter met drie weken oude, op traditionele wijze verzamelde en geanalyseerde gegevens van griepcentra.

Lees “Big Data Bla Bla” verder

Waanzin

Deze week werd ik weer geconfronteerd met de uitspraak dat opslag van data goedkoop is en dat alles makkelijk kan worden bewaard voor een Big Data strategie. Ik kon mijn lachen niet inhouden. In 2000 kostte een gigabyte opslag gemiddeld €8,31, in 2010 €0,07. De toegenomen hoeveelheid data en het effectievere gebruik van opslaghardware in diezelfde periode zorgde voor die substantiële verlaging van de opslagprijzen. De springvloed in Thailand verhinderde een verdere verlaging van de opslagprijzen na 2011. Veertig procent van productiecapaciteit van opslagschijven werd toen vernietigd, waardoor de prijzen voor opslagschijven verdubbelden. Die prijzen zijn in het vervolg weer lager geworden, maar ze hebben het niveau van 2011 niet meer bereikt. Wat in in de gigabyte-opslagprijzen nooit is meegenomen is het gebruik en de terugvindbaarheid van data. Van 2002 tot 2010 zijn de softwarekosten daarvoor gestegen van €4,8 miljard tot €10,9 miljard. De reden voor die kostenstijging is het feit dat data betrouwbaar en duurzaam moeten zijn. Ze worden immers opgeslagen om te worden gebruikt.

Lees “Waanzin” verder

Illegaal

Officier van Justitie Ward Ferdinandusse schreef in de NRC van 15 januari 2015 een opiniestuk over het belang van de bewaarplicht van telecomgegevens. Bewaring van telecomgegevens, zo schrijft hij, is belangrijk bij misdaad- en terrorismebestrijding. Hij illustreert dat met voorbeelden van (zware) criminaliteit en met de jihadistische aanslag op Charlie Hebdo. Privacy moet wijken om in dat soort gevallen doeltreffend te handelen. Ferdinandusse is niet de enige die zo denkt.

Maar speelt de bewaring van telecomgegevens wel zo’n grote rol bij misdaad- en terrorismebestrijding? Een adviescommissie van de Amerikaanse president concludeerde in 2014 dat ongericht bewaren van telecomgegevens geen aantoonbaar effect heeft op het voorkomen van terroristische aanslagen. De effectiviteit van de bewaarplicht voor die data is twijfelachtig. Ook bij de voorbeelden van Ferdinandusse spelen telecomgegevens nauwelijks een rol. Ze hebben niets voorkomen. Ze leveren geen bewijs. Bij Charlie Hebdo, zo zegt Ferdinandusse, hebben telecomgegevens de banden tussen de jihadisten aangetoond. Dat mag zo zijn, maar alleen doordat ze hun identiteitskaarten lieten liggen konden ze worden geïdentificeerd. Er is niets voorkomen.

Erg mager. Hoogst ineffectief.

Lees “Illegaal” verder

Leve de digitale overheid?

2014 is het jaar van Anouchka van Miltenburg.

Bij de overhandiging van het onderzoeksrapport over het falen van de overheids-ICT in oktober, sprak zij de onsterfelijke woorden: ‘Ik moest even googlen wat ICT betekent’. Ik moest hartelijk lachen. Ton Elias heeft met een commissie twee jaar lang ICT-projecten van de overheid bestudeerd in opdracht van de Tweede Kamer. Anouchka is daarvan voorzitter, geloof ik.

De conclusies van het onderzoeksrapport van Elias waren vernietigend.

Verantwoordelijkheden worden genegeerd, zijn niet belegd of versnipperd. De controle van projecten is belabberd. Ambities en doelstellingen wisselen. Gegevens zijn onbetrouwbaar of ontbreken. Het financieel beheer is matig, zodat niet kan worden vastgesteld hoeveel ICT jaarlijks kost. Elias’ rapport schat dat er per jaar 1 tot 5 miljard euro (of misschien 7 miljard?) wordt verspild. Tal van aanbevelingen worden gedaan om nog iets van deze chaos te maken. Een nieuw orgaan om ICT projecten te toetsen. Elk jaar een overzicht maken van de ICT-kosten. ICT opnemen in de opleidingen van alle ambtenaren. Geen aanbevelingen om politieke en bestuurlijke incompetentie aan te pakken.

Lees “Leve de digitale overheid?” verder

Gleick’s ongelijk

In maart 2011 alweer verscheen James Gleick’s boek ‘The information. A history, a theory, a flood‘, uitgegeven bij Pantheon Books in New York. Nog datzelfde jaar verscheen er een Nederlandse vertaling van Ronald Jonkers bij De Bezige Bij in Amsterdam. Voor mijn verhaal baseer ik mij op de oorspronkelijke uitgave, omdat ik van mening ben dat geen enkele vertaling de oorspronkelijke zeggingskracht en sfeer kan weergeven.

InformationIk heb zelden een boek in handen gehad dat mij tegelijkertijd zoveel gevoel van bewondering als van irritatie heeft gegeven als dit boek. Dat is ook de reden dat ik er nu pas iets over zeg. Ik heb het boek verschillende keren aan de kant gegooid, maar ik kon het toch niet laten er later weer naar te grijpen. Het boek grijpt je, en dat is een groot compliment voor de schrijver. Gleick’s boek gaat over (bijna) alles: over woorden, sprekende ‘drums’, het schrift, lexicografie en vroege pogingen voor een analytische machine, over telegraaf, telefoon, ENIAC en de computers die daarop volgden, over theorieën van Babbage, Shannon, Wiener, Turing, Gödel en anderen, die zich concentreerden op het coderen, decoderen en recoderen van de boodschappen die via de media in hun tijd werden verspreid, over de genetica als een biologisch mechanisme voor informatieuitwisseling en zelf-replicerende ideeën als zichzelf ontwikkelende levensvormen van ‘The Information’, over muziek en quantummechanica, over de betekenis van ‘interesting numbers’ en waarom ‘the bit the ultimate unsplittable particle’ is. Het gaat over veel te veel en als gevolg daarvan verliest het boek, dat (maar dat is Gleick wel toevertrouwd) meesterlijk geschreven is, veel van zijn overtuigingskracht. Het is, in mijn optiek, ‘overdone’ en zelfs de eruditie die er uit spreekt wekt halverwege het boek al irritatie op. Het lijkt een ‘omgevallen boekenkast’, die de ‘rode draad’ van het boek (die er wel degelijk is) grotendeels teniet doet. De grote hoeveelheid lovende recensies van het boek ten spijt (ik vraag me in alle gemoede af of het boek door die recensenten wel serieus gelezen is !): als een student een scriptie met zo weinig focus en zoveel niet ter zake doende uitwijdingen had ingeleverd, was deze gegarandeerd retour gegaan.

Lees “Gleick’s ongelijk” verder

Het einde van de ideologie: politieke hypocrisie, leugens en opportunisme

De verkiezingstijd met zijn retorische opportunisme en leugenachtige hypocrisie is weer losgebarsten. In de laatste decennia voor 2000 was het al te merken dat de drie ideologieën (socialisme, liberalisme en christendemocratie) te maken kregen met krimpende macht, afkalvende kiezersgroepen en herinneringen aan betere tijden in het verleden. Alsof er echter niets veranderd is, wordt er nog steeds volgens die drie ideologieën gedacht, zeker in verkiezingstijd. Het ideologische conservatisme viert hoogtij, terwijl de werkelijkheid totaal anders is. Pragmatisme, opportunisme en politiek cynisme lijken ervoor in de plaats gekomen te zijn. Politieke zingevingsvragen raken ver verwijderd van de politieke praktijk. Het gaat er niet meer om of een verkiezingsprogramma een uiting is van die zingeving, maar of het de toets van de economische benadering van het CBS doorstaat !

Pragmatisme is de politieke deugd van vandaag de dag. Als wijdverbreide uitwas daarvan echter is opportunisme gemeengoed geworden. Lid worden van een politieke partij gebeurt niet meer uit principiële overwegingen, maar vanuit carrièreperspectieven. In 1996 al verklaarden jonge ambtenaren dat zij lid werden van de politieke partij die het meeste perspectief bood voor hun carrière. Parlementsleden zien hun functie als een stap in hun uiteindelijke carrière en niet meer als het sluitstuk daarvan. Dat geldt eveneens voor ministers en staatssecretarissen; het ‘maatschappelijke middenveld’ (waarover ik het in mijn vorige post heb gehad) ontvangt deze bestuurders en parlementariërs met open armen en beloont ze gul voor hun ‘contacten’, die lobbyen mogelijk maken. Politieke partijen lijken carrièrevehikels en verliezen hun rol als tussenschakel tussen politiek en burger, wat gepaard gaat aan een desastreus verlies in politiek vertrouwen, een toename van de onvrede en de opkomst van populistische stromingen op ‘links’ en ‘rechts’.

Lees “Het einde van de ideologie: politieke hypocrisie, leugens en opportunisme” verder