Het onverwachte als managementobject

Karl Weick is een van de grote denkers binnen de organisatietheorie. Hij is hoogleraar Organizational Behaviour and Psychology aan de Ross School of Business van de universiteit van Michigan. Mijn eerste kennismaking met het werk van Weick was The social psychology of organizing uit 1969, dat een van de meest gelezen en bepalende boeken van de organisatiepsychologie werd en dat verplichte kost is voor iedereen die werkt of wil werken aan de verbetering van organisaties. Dit boek legt de grondslag voor Weick’s denken, dat vervolgens in al zijn publicaties verder wordt uitgewerkt, verdiept, verduidelijkt en geoperationaliseerd. Eenmaal gegrepen door Weick en overtuigt door zijn (veelvuldig) provocatieve, maar in de praktijk van organisaties gewortelde opvattingen, heb ik al zijn publicaties verzameld, gelezen, herlezen en (zo goed en kwaad als ik dat kon) toegepast in mijn eigen onderzoek- en adviespraktijk.

Volgens Weick bestaat er geen objectief waarneembare werkelijkheid. Organiseren is een sociaal proces van beïnvloeden en beïnvloed worden. Tijdens dit proces scheppen mensen langzamerhand een werkelijkheid. Uit de oneindige hoeveelheid variaties die optreden door veranderingen in de omgeving worden sommige wel en sommige niet geselecteerd door de leden van organisaties. Dit proces wordt ‘enactment’ genoemd en heeft in de organisatiekundige literatuur een status van algemene geldigheid verworven. Weick omschrijft het als volgt: ‘Managers construct, rearrange, single out, and demolish many ‘objective’ features of their surroundings. When people act they unrandomize variables, insert vestiges of orderliness, and literally create their own constraints’ (Social Psychology of Organizing, p. 243). ‘Enactment’ leidt tot een verbondenheid van een individu of groep mensen met de omgeving, maar het bereiken van overeenstemming over de juiste interpretatie van de ‘enacted environment’ vergt grote sociale inspanning. De interpretatie die uiteindelijk wordt gebruikt leidt tot een selectie van een dergelijke ‘enacted environment’ en leidt tot een bepaalde, op die selectie afgestemde reactie, die vervolgens in het ‘geheugen van de organisatie’ wordt opgeslagen. Die organisaties, waarin de leden geen overeenstemming kunnen bereiken over de te gebruiken interpretatie van de omgeving, zijn ten dode opgeschreven.

“Het onverwachte als managementobject” verder lezen

Het Nederlandse politieke autisme

In een van mijn eerdere posts had ik het over het falen van de bestuurlijke elite, die het afgelopen decennium – toen de bomen blijkbaar tot in de hemel reikten – het imago van corrupt, incompetent, amoreel, onbetrouwbaar en niet integer aangemeten heeft gekregen. Een imago dat – uitzonderingen daargelaten – grosso modo klopt en voortdurend wordt versterkt door excessieve voorbeelden, zoals de blijvende bonuscultuur binnen financiële instellingen die door de belastingbetaler overeind zijn gehouden, het negeren van wettelijke regels door overheden van allerlei soort, het doen van politieke beloften om die even later bij het ‘grof vuil’ te deponeren, het weglopen voor politieke verantwoordelijkheid als ‘slechte’ tijden aanbreken en het negeren van de consequenties van verkiezingsuitslagen in de waan van politieke conformiteiten.

Wat niet bijdraagt aan verbetering van dat imago is dat, ondanks de blijkbare persistentie van moreel en daadwerkelijk ‘falen’ bij onze bestuurlijke en politieke elite, de rekening daarvoor bij de belastingbetaler wordt neergelegd. Bezuinigingen zonder lastenverzwaringen is ‘uiterst moeilijk’ en maakt het berijden van politieke stokpaardjes bijna onmogelijk. En dat is voor onze politieke en bestuurlijke elite waarschijnlijk een brug te ver…

“Het Nederlandse politieke autisme” verder lezen

Het falen van de bestuurlijke elite

De crisis van nu is niet zo erg als in de jaren ’80. Er zijn immers minder werklozen dan toen, we hebben een minder grote staatsschuld, de inflatie is veel lager en de export blijft hoger. Er is echter wel een fundamenteel verschil: de besturende elite wereldwijd faalt als nooit tevoren en de vertrouwens­crisis als gevolg daarvan is enorm.

In het afgelopen decennium heeft iedere ‘systeem-organisatie’ in de samen­leving (in Ne­derland, maar ook wereldwijd) zichzelf het imago van corrupt, incompetent, amoreel, onbetrouw­baar en niet integer bezorgd. Denk aan:

  • het graaien in de top van het bedrijfsleven;
  • overmatige onkostenvergoedingen en ‘gouden handdrukken’ bij bestuurders van publieke en private instellingen;
  • duistere transacties in de vastgoedwereld met het doel beleggers een poot uit te draaien;
  • frauduleuze transacties door directeuren van woningcorporaties;
  • negeren van wettelijke regels door overheden;
  • het ontlopen van verantwoordelijkheid door kerkelijke leiders voor bekend misbruik van jongeren door religieuzen;
  • het doen van allerlei politieke beloften om die vervolgens te negeren;
  • wetenschappers, die door idealen en financieel gewin verblind, de waarheid van onder­zoeksresultaten geweld aan doen; en
  • het weglopen voor politieke verantwoordelijkheid als ‘slechte’ tijden aanbreken. “Het falen van de bestuurlijke elite” verder lezen

Lange termijnperspectief, verantwoordelijkheid en transparantie

De kredietcrisis heeft er ernstig in gehakt. Het onderzoek naar de oorzaken van de financiële crisis in Nederland toonde dat duidelijk aan. De commissie De Wit was door onbekendheid met het financiële systeem niet in staat helderheid te bereiken en liet het onderzoek als een nachtkaars uitgaan. De bankencrisis drukte de politiek met de neus op het feit dat financiële instellingen wel erg makkelijk vertrouwen op de belastingbetaler om bancaire problemen op te lossen. De politieke roep op meer en beter toezicht klinkt vaak.

Bert Scholtens is bijzonder hoogleraar Duurzaamheid en Financiële Instellingen aan de Rijksuniversiteit van Groningen. Hij heeft in een column in NRC Handelsblad, een duidelijk en helder stuk, daarop gereageerd. Scholtens klasseert die politieke roep als ondoordacht. De roep om toezicht mag dan begrijpelijk zijn, het kan nooit voorkomen dat mensen hun vertrouwen verliezen: banken nemen immers risico’s in het beheren van gelden om het mensen mogelijk te maken te betalen, te sparen en te lenen. Banken staan onder intensief toezicht, maar het toezicht wat er is, heeft gefaald. De zwakte van het toezicht zit in het feit dat de afgelopen decennia de eisen aan het eigen vermogen van de banken te soepel zijn geworden. Banken mochten van de toezichthouder steeds minder buffervermogen aanhouden, waardoor ze riskantere activiteiten konden ondernemen. Het afkalven van het aantal banken met een TripleA-ranking is daarvan een uiting. Een tweede tekortkoming is, dat het toezicht nooit kijkt naar de grootte, die de mogelijke verliezen zouden kunnen zijn, alleen naar de waarschijnlijkheid dat er iets gebeurt. De toezichthouder vereenzelvigt zich steeds meer met de sector, waarop het toezicht moet houden en wordt dus meer bankier dan toezichthouder.

“Lange termijnperspectief, verantwoordelijkheid en transparantie” verder lezen

Transparant of niet ?

In OD 64 (2010), februari, blz. 10-13, staat een interessant artikel over transparantie binnen de overheid. Het meest interessant daarvan zijn twee zinsneden uit het artikel.

De eerste is: ‘Verantwoorden is gewoon openheid van zaken geven, ook wel transparantie genoemd’. De uitspraak slaat de spijker op de kop. Transparantie van overheidshandelen, het helder en duidelijk kunnen maken wat een instantie heeft gedaan bij het afhandelen van een vraag van een burger, heeft alles te maken met het afleggen van verantwoording aan diezelfde burger en aan de andere ‘legitieme fora’, waar een overheid verantwoording aan moet afleggen. Dat ‘openheid van zaken geven’ is binnen de overheid niet vanzelfsprekend. Integendeel. Het belijden van transparantie met de mond betekent nog niet dat het in het belang van ambtenaren, bestuurders en politici is om werkelijk transparant te zijn. Dat zou namelijk betekenen dat de handel en wandel van deze groepen met betrekking tot de afhandeling van business wel heel duidelijk zou zijn en maakt het invloed uitoefenen op een specifieke uitkomst moeilijker. “Transparant of niet ?” verder lezen