Compliance-fabriek

Afgelopen weken las ik Ger Biesta’s boek Het prachtige risico van onderwijs en Alderik Vissers artikel Marktfilosofie en onderwijsutopie. Beide onderwijsfilosofen maken ‘gehakt’ van de huidige onderwijspolitiek. Marktdenken leidde tot schaalvergroting, autonomie, outputfinanciering, prestatiebeurzen en -rankings. Marktdenken, bestuurlijke vrijheid en publieke verantwoording onderwierpen het onderwijs aan de ‘tucht’ van de markt, ‘maakbaar’ en ‘meetbaar’….
 
“Compliance-fabriek” verder lezen

Het falen van de bestuurlijke elite

De crisis van nu is niet zo erg als in de jaren ’80. Er zijn immers minder werklozen dan toen, we hebben een minder grote staatsschuld, de inflatie is veel lager en de export blijft hoger. Er is echter wel een fundamenteel verschil: de besturende elite wereldwijd faalt als nooit tevoren en de vertrouwens­crisis als gevolg daarvan is enorm.

In het afgelopen decennium heeft iedere ‘systeem-organisatie’ in de samen­leving (in Ne­derland, maar ook wereldwijd) zichzelf het imago van corrupt, incompetent, amoreel, onbetrouw­baar en niet integer bezorgd. Denk aan:

  • het graaien in de top van het bedrijfsleven;
  • overmatige onkostenvergoedingen en ‘gouden handdrukken’ bij bestuurders van publieke en private instellingen;
  • duistere transacties in de vastgoedwereld met het doel beleggers een poot uit te draaien;
  • frauduleuze transacties door directeuren van woningcorporaties;
  • negeren van wettelijke regels door overheden;
  • het ontlopen van verantwoordelijkheid door kerkelijke leiders voor bekend misbruik van jongeren door religieuzen;
  • het doen van allerlei politieke beloften om die vervolgens te negeren;
  • wetenschappers, die door idealen en financieel gewin verblind, de waarheid van onder­zoeksresultaten geweld aan doen; en
  • het weglopen voor politieke verantwoordelijkheid als ‘slechte’ tijden aanbreken. “Het falen van de bestuurlijke elite” verder lezen

De vierde macht

Volgens een onderzoek van re.public.nl vinden ambtenaren het ‘dramatisch’ als de PVV zou gaan regeren. Meer dan de helft van hen wil niet voor een PVV-bewindspersoon werken. Er zijn, zo vinden ze, grenzen aan de loyaliteit van een ambtenaar. Twintig procent staat neutraal tegenover een dergelijke bewindspersoon. En over de bestuurlijke kwaliteiten van de PVV zijn de respondenten kritisch: vijfentachtig procent schat die in als ‘slecht’ of ‘matig’. Het lijkt er op dat er vooral rijksambtenaren aan de tand gevoeld zijn, maar ik vermoed dat hetzelfde van gemeenteambtenaren gezegd mag worden.

“De vierde macht” verder lezen