Zootje

De overheid staat de inlichtingendiensten toe 42 persoonlijke gegevens vast te leggen bij elke boeking van een vliegticket binnen Europa. Daar zijn gegevens bij over bij­voorbeeld ‘voedselvoorkeuren’, die geen verband hebben met het ticket dat geboekt is. Ze mogen vijf jaar worden bewaard, maar niemand weet of ze worden vernietigd. Het is een voorbeeld van het verzamelen van persoonlijke gegevens (oneerbiedig: datagraaien) waar vooral sinds we online zijn geen rem meer op lijkt te staan.

Het verzamelen van persoonlijke data is de kern van de digitale revo­lutie. We zijn uren bezig met de online verbin­dingen die het Internet biedt. Wouter van Noort schreef er een boeiend boek over: Is daar iemand? Hoe de smartphone ons leven beheerst. Hij beschrijft hoe we zo verslaafd zijn geraakt dat we onze ziel en zaligheid toever­trouwen aan bedrijven als Facebook, Twitter, Instagram, en andere.

“Zootje” verder lezen

E-Depot

De lezers van deze columns weten dat ik niet onder de indruk ben van de wijze waarop overheidsorganen om­gaan met informatie. Digitale archieven zijn bij een groot deel van de over­heidsorganen niet op orde. In 2014 toonde ICTU dat al aan. Bestuurders zien het pro­bleem. Begin 2015 verspreidde een aantal burgemeesters een brand­brief met de boodschap dat de overgang van papier naar digitaal te on­door­dacht is doorgevoerd. Ze schrijven dat ‘bij digitale informatie al bij het ont­staan na­gedacht te worden over de archivering’. Dat gebeurt bijna nergens. De schrijvers vinden dat de informatiehuishouding op orde moet wor­den gebracht, waarna een e-depot moet worden ingericht om te voorkomen dat de eerste decennia van deze eeuw de slechtst gedocu­menteerde ooit zullen worden.

De term e-depot wordt gebruikt in veel verschillende betekenissen. De formele omschrij­ving (uit de richtlijn Eisen Duurzaam Digitaal Depot, ED3) stelt dat het gaat om ‘het geheel van organisatie, beleid, processen en procedures, financieel beheer, perso­neel, databeheer, databeveiliging en aanwezige hard- en software, dat het duurzaam beheren van te bewaren digitale archief­bescheiden mogelijk maakt’. Die omschrijving wijst op een organisatie, die een digitaal archief beheerd. In de dagelijkse praktijk wordt niet over een organisatie gespro­ken, maar over een technische oplossing. Vreemd, want een e-depot is geen tech­nisch pro­bleem.

“E-Depot” verder lezen

Bananenrepubliek

De ambities zijn torenhoog. De beloften fabuleus. De realiteit dramatisch.

Dat is informatietechnologie binnen (semi-)overheidsorganisaties.

IT-treurnis alom.

In februari 2017 sprak het FD over het Kadaster, waar de toegangsbeveiliging niet op orde is, waar historische gegevens kunnen worden gewijzigd en waar gebruik gemaakt wordt van onveilige nauwelijks ondersteunde besturingssystemen. Zembla maakte melding van (opnieuw) problemen bij de Belastingdienst, waar de autorisatie dusdanig slecht is geregeld dat identiteitsfraude mogelijk is, toegang tot gegevens van belastingbetalers niet wordt gecontroleerd en waarbij persoonlijke gegevens (mogelijk) mee naar huis zijn genomen. Volgens een onderzoek van Women in Cybersecurity naar 97 ziekenhuizen bleek dat een groot deel ervan persoonsgegevens via de webformulieren op hun websites niet beveiligt. In maart bleek (volgens RTV Rijnmond) dat binnen de gemeente Rotterdam de beveiliging van persoonsgegevens tekortschiet, e-mailcorrespondentie eenvoudig kan worden ingezien en wachtwoorden zo ongeveer op straat liggen. Dat kan worden aangevuld met problemen in de gemeenten Amstelveen, Amsterdam, Kampen, Leiden en Zwolle. En als klap op de vuurpijl krijgt volgens het AD de Nationale Politie het ‘nieuwe’ archiefsysteem Documentum niet werkend, ondanks een investering van 51.000 manuren, 12,7 miljoen euro aan licentiekosten en onderhoud en 2,5 miljoen euro voor het in bedrijf houden van het ‘oude’ archiefsysteem.

“Bananenrepubliek” verder lezen

Geloof

‘There are facts, and there are beliefs, and there are things you want so badly to believe that they become as facts to you’.

Julie Beck, een redacteur van The Atlantic, ging op 13 maart in op het verschijnsel dat ‘geloven dat iets waar is’ een belangrijke rol speelt bij de ontkenning van ‘undeniable facts’. In de psychologie wordt dat cognitieve dissonantie genoemd, de spanning die ontstaat bij het horen van feiten of opvattingen of het vertonen van gedrag, strijdig met eigen overtuigingen, waarden en normen.

De sociaal-psycholoog Leon Festinger beschreef dit verschijnsel, samen met zijn collega’s Henry Riecken en Stanley Schachter, al in 1957 in When Prophesy Fails. Dat boek begint met de regel dat ‘A man with a conviction is a hard man to change. Tell him you disagree and he turns away. Show him facts or figures and he questions your sources. Appeal to logic and he fails to see your point’.

“Geloof” verder lezen

Filter

In 2011 publiceerde de internet activist Eli Pariser ‘The Filter Bubble: What the Internet is hiding from you’, een veelgeprezen, maar ook zeer bekritiseerd boek over de ‘informatiebubbel’. Pariser beweerde dat website-algoritmes, zoals die van Google, door middel van personalisatie selectief pro­beren te bepalen welke informatie gebruikers willen zien, waarbij ze weinig (of geen) informatie zien die eigen standpunten tegenspreekt. Het gevolg daarvan is isolatie van gebruikers in hun eigen culturele en ideologische luchtbel. In een artikel van december 2015 in Ethics and Information Technology stellen Engin Bozdag en Jeroen van de Hoven dat de ‘filter bubble’ daadwerkelijk een probleem is en dat algoritmes gemaakt om deze te bestrijden niet probleemloos werken. Een onderzoek van journalisten van het Eindhovens Dagblad begin januari van dit jaar gaf aan dat links-liberale journalisten en nieuwsmedia geen weet hebben van nieuwsinterpretaties die buiten hun eigen ideologische of politieke gedachtegoed worden geformuleerd. En omgekeerd. Maatschappelijk is zo’n informatiebubbel problematisch. Het leidt tot een nieuwe verzuiling.

“Filter” verder lezen

Robots

In september berichtte Metro over de vrees van jongeren dat ze hun baan gaan verliezen aan robots. Die vrees is niet onterecht. De invloed van robots en datagedreven automatisering is groot, zeker in fabrieken waar routinematige werkzaamheden aan een ‘lopende band’ al grotendeels gemechaniseerd plaatsvinden. De data analytics afdeling van het management adviesbureau Deloitte voorspelde onlangs dat de komende twintig jaar tussen de twee en drie miljoen banen gaan verdwijnen. Frey en Osborne schreven in 2013 in The Economist al dat de kans uiterst groot is dat hele beroepen binnen twintig jaar verdwijnen!

Routinematig werk wordt door machines overgenomen. Niet alleen laaggeschoold productiewerk, ook werk dat door MBO’ers, HBO’ers en academici wordt uitgevoerd. Analyseren van MRI scans en röntgenfoto’s bijvoorbeeld. Het nemen van beslissingen over vergunningen. Het kopen en verkopen van aandelen. Het beheren van archieven. Het bepalen en samenstellen van een dieet. Etcetera, etcetera.

“Robots” verder lezen

Professie

Computerized Archival Science. Onder die noemer is Victoria Lemieux, associate professor in de onderzoeksgroep van Luciana Duranti bij de University of British Columbia in Vancouver, gestart met een nieuw project.

Op Research Gate beschrijft Lemieux dat computers archiveringsprocessen (als waardering, ordening en beschrijving, behoud en toegankelijkheid) efficiënter kunnen maken. Ze wil computers de ver­wer­king, analyse, opslag en behoud van archiefinformatie laten uitvoeren.

Lemieux’ vooronderstelling is dat traditionele werkwijzen onvoldoende zijn om gro­te massa’s digitale infomatieobjecten te verwerken. Dat is bekend, maar er be­staat huiver voor de gevolgen (houden archivarissen werk?). Lemieux schudt die huiveringen af. Wat ze wil doen bouwt voort op Duranti’s onderzoek naar digitale diplomatiek: het ontwaren van de vorm- en structuurvereisten van digitale informatieobjecten die de integriteit en authenticiteit van informatie waarborgen. Dat onderzoek heeft geleid tot al­lerlei criteria die door informatietechnologie kunnen worden gebruikt om ge­auto­matiseerd betrouwbare informatieobjecten te realiseren.

“Professie” verder lezen

Nieuws?

Binnenlands Bestuur beschrijft de worsteling van gemeenten met floppy’s, tapes en cd-roms. ‘Oude’ informatie is moeilijk vindbaar, niet doorzoekbaar en soms geheel ontoegankelijk.

Er zijn zoveel boeken, artikelen en nieuwsberichten verschenen over de wankele ‘duurzaamheid’ van digitale in­for­matie dat het verwonderlijk is dat een tijdschrift zo’n bericht nog als nieuws kan presenteren. Al in februari 2014 publiceerde ik samen met een collega een opiniestuk in datzelfde Binnenlands Bestuur, waarin we reageerden op een rapportage van de Erfgoedinspectie over de falende di­gitale archivering bin­nen de ministeries. Wij sloten af met: ‘Onze rijksoverheid wordt niet dement – zij is het al.’ Er hebben de afgelopen jaren voldoende berichten de pers gehaald om die stelling ook te betrekken op de gemeentelijke overheid.

“Nieuws?” verder lezen

Drijfzand

Replicatie (of herhaalbaarheid) is een wetenschappelijk dogma. Het waarborgt de controleerbaarheid van onderzoek. Directe (of: zo exact mogelijke) replicatie is echter moeilijk.

In 2005 verscheen in PLOS Medicine ‘Why most research findings are false’, van de statisticus en epidemioloog John Ioannidis. Op basis van wiskundig en statistisch onderzoek stelde Ioannidis dat de conclusies in 80% van de medisch wetenschappelijke publicaties onhoudbaar zijn. Hij onderbouwde dat, ook in 2005, in een artikel in de Journal of the American Medical Association. Het bleek dat 41% van de 49 meest geciteerde onderzoeksconclusies vanaf 1990 onjuist of ernstig overdreven waren. Bayer en Amgen, twee van ‘s werelds grootste pharmaceuticals, rapporteerden in 2011 dat zij in hun eigen la­boratoria respectievelijk slechts 11% en 25% van eerder gepubliceerd onderzoek konden repliceren. In 2012 kon Amgen resultaten uit zes van de 54 ‘land­mark cancer papers’ re­pliceren. Het geeft aan dat Ioan­nidis’ conclusies dichter bij de waarheid zijn dan lange tijd werd gehoopt.

“Drijfzand” verder lezen

Integriteit

Het Centrum voor Ethiek en Gezondheid (CEG) publiceerde in januari Integriteit in zorgorganisaties. Hieruit blijkt dat in de praktijk van alle dag integriteit een moeilijk begrip is, gericht op gedrag en morele normen en waarden. Volgens het CEG bestaat integriteit uit vier componenten: betrouwbaarheid (handelen naar wat je zegt), deugdzaamheid (moreel het goede doen), authenticiteit (intrinsiek gemotiveerd zijn) en reflectie (je kritisch verhouden tot (de toepassing van) normen en regels). Integer handelen is moeilijk, ook omdat de publieke opinie er een beeld van heeft dat niet overeenkomt met de complexiteit ervan. Integriteit heeft te maken met persoonlijke overtuiging en ethiek, waardoor om ‘goed’ te doen ook regels aan de kant geschoven kunnen worden. Een medisch specialist laat bij een kwestie van leven en dood de ‘heilige’ protocollen voor wat ze zijn.

“Integriteit” verder lezen